Mag dat wel?

“Mag jij dat wel nu je bij Groen zit? “ Het is de vraag die me al een tig aantal keer gesteld werd. Als ik eens stuk vlees neem bij een walking dinner, als ik per uitzondering met de auto rijd om ’s avonds niet op de klok te moeten kijken, of als ik moet toegeven dat ik niet bepaald… groene vingers heb. Ook in ons recente interview met Humo – wat verder een zeer aangenaam gesprek was – werd aan Jessika Soors, Catherine Verfaille en mijzelf gevraagd welke offers wij voor de partij moeten brengen (spoiler alert: de partij stelde ons geen enkele eis).

Ik beantwoord de vraag steeds beleefd, maar hoe langer hoe meer met lichte tegenzin. Niet omdat ik me schaam voor mijn levensstijl, integendeel. Ik probeer mijn ecologische voetafdruk zo klein mogelijk te houden, en mijn gezin met mij. Door te sporten heb ik mezelf verplicht om veel gezonder te leven. Concreet vertaalt zich dat in lokale en seizoensgebonden groenten en matig vleesgebruik. Met de auto geraak je echt nergens in Antwerpen en omstreken. De fiets is zoveel efficiënter. Dankzij Groen reed ik onlangs voor het eerst in een elektrische bus, maar de trein naar Brussel neem ik al twintig jaar. En gaandeweg is ons hele huis geïsoleerd. Daardoor blijven onze energieuitgaven binnen te perken.

Wat ik maar wil zeggen: veel klimaat gerelateerde maatregelen die ik op persoonlijk vlak nam, kwamen me uiteindelijk verdomd goed uit qua levenskwaliteit. Ik ben dankbaar dat ik me dat kan veroorloven. Zoals Verfaillie in hetzelfde interview zegt, zijn appels duurder dan chips. Dat is meteen de reden dat ik die vraag ondertussen stilaan ben gaan haten. Ik weet heus wel dat een politicus een voorbeeldfunctie heeft, maar met je persoonlijk engagement heeft eigenlijk niemand iets te maken. Het is op geen enkele manier een graadmeter voor een deftig klimaatbeleid.

Ik blijf het bijzonder vinden dat die vraag zo aan onze partij vast plakt. Alsof ze aan elke christendemocraat vragen of ze elke zondag naar de kerk gaan of aan socialisten of die spontaan wel genoeg van hun inkomen afgeven om er een gelijkere wereld van te maken. Misschien is dat waarom we bekend staan als de partij van het vingertje: naar niemand worden zoveel vingertjes opgestoken als naar Groen. De schuld voor de staat van de planeet leggen bij de politicus die opkomt voor het klimaat omdat die persoonlijk niet genoeg doet, is iets te eenvoudig.

Op die manier wordt een hardnekkig vooroordeel – wellicht zonder dat het men wil – overeind gehouden. Namelijk dat individuele inspanningen volstaan om het klimaat te redden. Laat je niet misleiden: als het enkel en alleen afhangt van het persoonlijk engagement, dan gaan we er jammer genoeg niet komen. We hebben een gecoördineerd klimaatbeleid nodig. Zo’n beleid kan mensen, organisaties en bedrijven motiveren en stimuleren om hun voetafdruk klein te houden.

Bovendien moet dat op een sociale manier gebeuren. Het is aan de politiek om te zorgen dat wat goed is voor de planeet ook goed is voor de portemonnee.  Het planbureau bevestigde vandaag dat ons programma fair én betaalbaar is. Ik moet zeggen, dat geeft een flinke energieboost. Op die manier kan ik weer even tegen alle vingertjes rond mijn eigen levensstijl.

prev
next